Push the button.

Dinsdag. 10.35. Ze krabt verwoed in haar haar terwijl de deur  in het slot valt. Wind is nefast voor een kort kapsel, ach wat. Hier geraak je trouwens zo maar niet binnen. Ze haalde haar kaart door de kaartlezer … En nog eens … En nog eens. Na negen maanden lukt het haar nog steeds niet om die deur vanaf de eerste keer te openen. Verdorie, komt er ook nog één of andere Zuiders Erasmusstudent in haar nek blazen. Groen licht! En waar heeft ze die verdomde sleutel deze keer gelaten? Erasmus laat haar binnen, after you. Met wat gestamel kreeg ze een stille thanks over haar lippen. Misschien toch eens overwegen om haar CV naar het klooster te sturen. Kon ze overigens ook haar weerbarstig haar in Knokke gaan laten knippen. Gelukkig, hij moet de andere lift nemen. Een walm van Acqua Di Gio prikkelt haar neus, droeg haar vader ook, in de jaren ’90. Toch niet zo hip als hij eruitziet. Ze stapt de lift in …

Mijn haar ziet er nog erger uit dan ik me had kunnen voorstellen, schiet het door haar heen, terwijl ze zichzelf bekijkt in de spiegel van de lift. Zou er een camera achter die spiegel zitten? De liftdeur staat nog steeds open hoewel ze op de knop geduwd heeft. Ze duwt nog eens. Mijn haar wordt er ook niet mooier op. Ze duwt nog een keer. Eindelijk. Ze zoekt haar sleutel alsnog in haar handtas en stapt de lift uit. Ze opent de spuuglelijke oranje deur aan de linkerkant, zoals steeds. Maar die poster van die blote vrouw hing hier vanochtend niet. Zal wel een grap zijn, op deze wijvengang. Er leek wel een bom gebarsten op de gang. Vol ongeloof werd ze een beetje nerveus en beet op haar onderlip. Seksistische moppen geprint in Comic Sans MS bekleedden de zwarte kasten die overigens nergens toe dienen. Een voetbal lag in het midden van de gang. Stunt van het praesidium? Ze loopt naar het einde van de gang, naar de rechterdeur, zoals steeds. Ze neemt haar sleutel, grijpt de klink … Ze hoort gepraat in haar kamer. Mannenstemmen – twee. Nu werd ze echt nerveus. Ze zet een stap naar achter en loopt al lachend de gang weer uit, de spuuglelijke oranje deur door en wacht op de lift. Ze kijkt even goedkeurend naar het plaatje dat recht tegenover de lift hangt en slaat haar ogen ten hemel. Ze haalt opgelucht adem. Typisch.

Je zal je maar van knopje vergissen in die lift.

Lezersbrief.

Dag Yasmin,

Ik mail je omdat me iets van het hart moet. Eigenlijk loop ik er al jaren mee verveeld, maar nu houd ik het niet langer meer vol. Al jaren sta ik aan je zij. Soms vergeet je me, dan heb je me weer hoognodig. Vooral tijdens de zonnige zomermaanden. No hard feelings trouwens, tijdens de zomermaanden heeft iedereen plots weer tijd om met vrienden uit lang vervlogen tijd op te trekken, zo ook jij! Ik ben blij dat we het keer op keer goed met elkaar kunnen vinden. Of toch niet?

Eigenlijk is er nooit echt een klik geweest, toch? Het was meer van moeten? Omdat het niet anders kon. We hadden geen andere keuze, laat het ons daar op houden. En ik heb je nooit laten vallen. Jij mij wel. Eigenlijk was jij niet zo’n goed maatje. Jij liet me vallen, ik deed jou pijn. Soms tot bloedens toe. Misschien moeten we er maar mee ophouden? Maar ach, jij bent zo halsstarrig dat je steeds naar me terug komt. Heb je dan nooit uit het verleden geleerd? De wondjes heelden wel, maar waarom zag je het niet als een teken?

Maar goed, daarom dus deze mail. Ik heb er echt schoon genoeg van. Weet je, nu je 21 bent en je je voor de eerste keer met mascara en lipstick in het openbaar begeven hebt (serieus, alleen al daarvoor zou ik nooit meer met je willen omgaan), is het tijd dat we er mee ophouden. Na al die jaren was het duidelijk dat je niet bijleerde. Steeds weer de foute dingen doen om jezelf te kwetsen, neen. Het is genoeg geweest…

Word volwassen, bijt op je tanden en koop een epileerapparaat, een scheermes is niks voor jou, je bent te hardhandig om dit op gepaste wijze af te handelen. Na al die jaren, nog steeds…

Met vriendelijke groet,

Venus Gillette

A child can ask questions that a wise man cannot answer.

‘Hoe kan je dat nu doen? Kinderen stinken!’

Ja, dat is een reactie die ik af en toe wel over me heen krijg. Sinds mijn 15e is er geen vakantie voorbijgegaan of ik was te vinden in het bijzijn van kinderen. Slim, minder slim, mooi, minder mooi, aanhankelijk, minder aanhankelijk, rijk, minder rijk, … You name it. En neen, ik vind het niet vies om een kleuter te helpen na zijn grote boodschap op het wc. Het heet zeep, en ik gebruik het nadien om mijn handen te wassen. Ik hou van kinderen. En ja, ik beken. Ik vind het ook vies wanneer ik een jongetje zijn appeldoosje zie volkwijlen om het vervolgens in kruimels te rollen om het vervolgens weer af te likken. Ja, dat is vies. En ja, daar krijg ik kippenvel van.

Maar kinderen zijn een dankbaar publiek om mee te werken. Ze laten het merken wanneer ze je ‘werk’ (lees: je speelt er een spelletje mee) goed doet en wanneer ze het leuk vinden. En meestal laten ze het ook merken wanneer het ze niet zint. Ideaal. En ja, het houdt me jong. Een hele namiddag dansen in een twijfelend zonnetje. Plots vind ik K3 zo leuk! En de kinderen vinden mij ook plots veel leuker wanneer blijkt dat ik het hele dansje van Oya Lélé ken! ‘Ja, juf, nog eens!’ ‘Ik ben geen juf hoor, de juffen zijn er op school. Dit is geen school.’ ‘Oké, juf…’

Het kan ook lastig zijn, want kinderen zijn niet zo goed in afstand bewaren. Het liefst houden ze met z’n allen je hand vast of komen ze op je schoot zitten. Ik was heel verbaasd toen ik na mijn half uur pauze opnieuw op het toneel verscheen en een klein jongetje op me kwam afgerend: ‘Juuuuuuuuuuuuuuuuuf, ik heb je gemist!’

En wat ik misschien nog wel het leukste aan kinderen vind, zijn hun fantastische uitspraken. Hieronder even een bloemlezing van uitspraken die ik (voornamelijk) dit jaar op mijn ‘werk’ gehoord heb.

‘Robbe, de juf houdt van Anderlecht!’
‘Ja, juf? Vind jij Anderlecht leuk?’
‘Anderlecht is wereldkampioen van België, hé juf?’

(Senne komt uit de zandbak gelopen en zoekt zijn schoenen)
‘Wauw, Senne, die zijn leuk!’
‘Ja, juf! Kijk, ik heb een nieuwe schoen…’ *Hij kijkt heel serieus, wijst naar zijn andere schoen en zegt:* ‘En deze is dezelfde!’

‘Juf, wat ben jij aan het eten?’
‘Dat zijn kleine tomaatjes. Kerstomaatjes.’
(Het jongetje dat tegenover me zit, mengt zich in het gesprek. Hij kijkt in zijn doosje, naar zijn kleine druifjes)
‘Heb ik kersdruifjes, dan?’

Maar goed, terug achter de boeken nu!

Un jour à Bruxelles.

Voor mijn 21e verjaardag kreeg ik van twee nichten een dagje Brussel cadeau. Ik was al eerder in de boekhandel Filigranes geweest, maar ook deze keer kon een bezoekje niet ontbreken (foto’s en eerder verslag vind je hier)! En ja, opmerkzame lezer, ik had toch een boekenpact? Ik ging toch een jaar geen boeken kopen. En dat heb ik ook niet gedaan. Ik heb ze niet gestolen. Neen, ik had een boekenbon, dus dat telt niet. Naar goede gewoonte aten we eerst een cakje en dronken we iets om vervolgens tussen de boekenrekken te snuisteren. De boekenwinkel is voornamelijk Franstalig en heeft een kleine Engelse afdeling in de kelder.

Traditiegetrouw zocht ik twee Engelse boeken (Why happy when you could be normal van Jeanette Winterson en My family and other animals van Gerald Durell) en twee Franse, waarvan één kookboek (La cuisine facile des étudiants) en één roman (Son frère van Philippe Besson). Tot slot kocht ik ook nog een nieuwe agenda want mijn vorige liep op zijn einde. En ik ben gezwicht. Je hoort me al komen, ja, ik heb een Moleskine gekocht. Au. Ik ging dat nooit doen. Want da’s geldverspilling, da’s zo duur, da’s helemaal zijn geld waard! Ik kocht een rode die 18 maanden aan mijn zijde kan staan. Ik koos een rood, gelijnd exemplaar en ik ben er echt helemaal verliefd op!

Daarnaast gingen we ‘s middags eten in een vegetarisch restaurant in hartje Brussel. Voor een vaste prijs kon je volop van het lekkere buffet genieten. Vervolgens bezochten we nog enkele winkeltjes waar ik anders nooit zou komen, want zeg nu eerlijk, jij die Brussel niet kent, winkelen in Brussel is winkelen in de Nieuwstraat en de straten daarrond. Net zoals winkelen in Antwerpen voor onwetenden gelijkgesteld is aan winkelen op de Meir. Bij Bensimon kocht ik ook nog onderstaande housecase. Ze heeft nog niet het verdiende plekje in mijn kamer opgeëist, maar dat komt zeker nog goed!

Very superstitious, the devil’s on his way.

Bijgeloof is iets wat niet in mijn woordenboek staat. Eigenlijk wel. Het is dat begrip waar ik nogal lacherig over doe. Iemand die weinig vertrouwen in de mensheid en zichzelf heeft, is bijgelovig. Hoe kan je nu de stuipen op je lijf krijgen als je een zwarte kat ziet? En oké, ik beken: Ik vind het niet fijn om onder een ladder te lopen. Maar da’s eerder omdat ik niet wil dat er een pot verf op mijn hoofd terechtkomt. En toch waren er de afgelopen tijd twee voorvallen waarbij ik een gek gevoel kreeg. Zou vrijdag de dertiende er dan toch voor iets tussenzitten? Het heeft niks te maken met bijgeloof, maar vreemd was het wel.

Zoals ik in mijn vorige post al liet vallen, heb ik www.2ehands.be onlangs ontdekt en heb er enkele dingen op gezet om te verkopen. Waaronder twee pakketten MD’s. Die heb ik in een duister verleden moeten kopen voor een opleiding die ik amper gestart was, laat staan met succes afgerond heb. Er kwam een bod op en ik doe ze zaterdag op de bus – hoera voor extra centjes! Ik ben onlangs ook grote fan van TimeHop. Elke dag wordt me gemeld wat ik vorig jaar, op dezelfde dag deed. En net op de dag dat mijn ‘deal’ met de MD’s rond was, kreeg ik het volgende in mijn mailbox:

 Niet echt eng en ik heb die nacht perfect kunnen slapen, maar ik zat wel grijnzend achter mijn laptop toen ik het mailtje las… Maar er was nog dat andere gekke voorval. Omdat ik vakantiewerk doe in mijn eigen dorp kan ik elke dag fijn met de fiets naar mijn werk. Nu ja, fijn is maar hoe je het bekijkt. Dankzij het prachtig zomerweer in dit land ben ik al meer uitgeregend dat dat ik bruine benen aan mijn fietstocht heb overgehouden. Maar goed, ik krijg er extra centjes voor! Toen ik vorige week opnieuw naar huis reed, bedacht ik bij mezelf dat ik eigenlijk nooit iemand zou kunnen helpen om de weg te tonen. Ik ken mijn weg degelijk genoeg, maar vraag me niet naar een straatnaam. En dus fietste ik bewuster naar huis: ‘Dit is de Kerkstraat’ en ‘Ah, dit is de Lindelaan waar ik mijn moeder zo vaak over hoor praten, dus hier in deze straat zou X wonen’. En gelukkig deed ik dat! Twee dagen later, op weg naar mijn werk, werd ik semi-klem gereden door een vrouw. Zij was op zoek naar de Lindelaan en vroeg zich af of ik haar kon helpen. Ik moet er echt als een gek uitgezien hebben want ik kon het grijnzen niet laten. Serieus?

De mensheid en de wereld, dat zit toch vreemd in elkaar?

(*Oh ja, de straten waren uiteraard niet de Kerkstraat en de Lindelaan)

I want to break free.

Twee maal per jaar is het zover. Ik start mijn pc op en zoek op Youtube het Queennummer I want to break free op. En oh ja, volume volledig open. Vreemd ritueel, maar het werkt. Ik ben niet echt een rommeltype maar zoals het spreekwoord zegt: Stof kruipt waar het niet gaan kan ;) . Dus het was tijd dat ik daar wat aan veranderde. Ik ruim dan al mijn kasten deftig op en gooi alles wat ik de afgelopen 6 maand niet heb aangeraakt weg. mijn krantenbak maak ik alweer leeg en lees relevante artikels en gooi al de rest weg. Wat gek dat ik dacht dat ik tijd ging hebben om al die artikels te lezen…

Ik zit nu helemaal proper in mijn  kamer en het voelt elke keer zo goed! Alle stofrandjes op mijn kasten zijn verdwenen en mijn kasten zijn weer mooi opgeruimd. Ik heb trouwens voor de eerste keer spullen op www.2ehands.be gezet.

Verder is de vakantie niet echt aan het lopen zoals ik het gepland had, maar zeker leuk! Ik wilde lezen, lezen en lezen. Ondertussen heb ik al enorm fijne momenten gehad met fijne mensen, ga ik elke dag met plezier werken, maar wat heb ik nog niet gedaan? Lezen, lezen en lezen. Ik denk dat ik mezelf ga verplichten om elke dag een hoofdstuk te lezen tot ik niet zonder kan.

One enemy can do more hurt than ten friends can do good.

Ik kom niet vaak meer in B. Nooit meer eigenlijk. Ik heb er niks te zoeken. Ik heb er niks meer te zoeken. Ik gebruik het dorpje B. zelfs niet om door te rijden als ik ergens moet zijn.  Gewoon omdat dat niet nodig is. Tenzij ik met de trein ga. Dan hobbel ik over de sporen door B. Meestal stopt de trein er niet en rijdt hij gewoon door. Ik zie dan het blauwe bordje met de witte letters langs me heen zoeven terwijl ik een muziekje luister of een boek lees. B., ik dacht dat ik er zou gaan wonen en sterven – samen met die ene persoon. Maar het is anders gelopen. Nu, zo’n 2 jaar later ben ik daar niet rouwig om. Als ik heel eerlijk met mezelf en m’n gevoelens ben, dan is het dorpje B. en alles wat daarbij kwam kijken niet echt één van de beste keuzes uit mijn leven. Een vergissing noemt men zoiets. Ik word boos als ik nadenk over datgene wat B.  allemaal veroorzaakt heeft. Ik heb afgezien in B. Toen vond ik dat maar normaal, het hóórde erbij. Nu neem ik het mezelf eerder kwalijk dat ik niet eerder open kaart gespeeld heb. Met hem, met mezelf… Ik zou me kunnen afvragen hoe het anders gelopen zou zijn, maar dat doe ik niet. Het zou me niks opbrengen.

Het is voorbij en ik laat er geen traan meer om. Maar toch voelt het steeds vreemd, als ik die ene keer de stoptrein neem en de trein halt houdt in B. Dorpje B. zal altijd een wrange nasmaak hebben.

De spits afbijten.

Op 29 mei had ze haar eerste examen. Een hele tijd geleden dus. Eerste examens zijn altijd spannend, het zet een trend voor de examens die nog komen. Ze moest examen doen bij de levende verstrooide professor. Niet zoals jij je die voorstelt, neen, nog erger, zoals in de stripverhalen. Maak dààr dan een karikatuur van. Hou dat beeld even vast.

Tijdens het wachten moet ze denken aan de eerste les. Ze begint te lachen. In eerste instantie dacht ze dat het een live gebeuren van de film The Curious Case of Benjamin Button was. Twee jaar voordien had ze van deze professor, een vrouw, ook al eens les gehad. Hoewel de aula toen veel groter was en ze doorgaans achteraan zat te suffen, kon ze zich niet herinneren dat ze er zo uitgezien had. Vreemd. En waar kwamen al die grijze haren vandaan? Ze moest nog harder lachen. Als ze niet beter zou weten, zou ze niet weten dat het een vrouw was. Gelukkig gaven haar twee bulten het prijs. Net zoals je een kameel van een drommedaris kan onderscheiden, kan je doorgaans ook man en vrouw uit elkaar houden – door bulten dus. Laten we de professor, die vrouw dus, maar even Benjamin noemen. Omdat dat nu even praktisch is.

K. kwam naast haar zitten en ze kwam met haar gedachten weer op de bewoonde wereld terecht. Plots ging de deur van het lokaal open en stond Benjamin daar, samen met haar bulten. Niet echt samen, zoals zij daar samen met K. op de bank zat, naast elkaar, maar toch samen. Excuseer, ze waren toch naast elkaar, maar dan anders. Benjamin vroeg: ‘Zijn jullie de enige studenten die nu examen moeten komen doen?’ Dat vond ze nogal een domme vraag. Ze kon voelen dat K. het ook vond. Da’s toch een vreemde zaak, Benjamin stond daar met een lijstje in haar (laten we Benjamin maar haar noemen, gewoon omdat Benjamin ook vreemd haar heeft) handen? Zij weet toch als geen ander wie er examen moet komen doen? ‘Kunnen jullie al even aftekenen op de lijst? Dan moet dat straks niet meer.’ Ze wist dan tóch waar die lijst voor diende – vreemde vogel die Benjamin. Speciale kameel. Na het aftekenen ging de deur weer dicht: Benjamin en de lijst verdwenen achter de feloranje deur. Eén voor één druppelden andere studenten binnen. Zenuwachtig gegiechel – wat wil je, elf meisjes die hun eerste examen kwamen afleggen. Benjamin verscheen weer: ‘Is het vandaag de 24e?’ Terwijl er eentje ‘ja’ zei (door de stress), zeiden de andere 10 ‘neen’. ‘Oh, heb ik dan een examen vergeten af te nemen bij een groep?’ Algemene hilariteit. Die Benjamin toch, en dan die 11 grieten die de spits komen afbijten met hun eerste examen. Stress en chaos.

Ze kregen het examen in handen en zo vaak kon ze door één blik op het examen te werpen zeggen of ze geslaagd zou zijn of niet. Het was een goeie. Die Benjamin toch! Als de studenten klaar waren, mochten ze één voor één naar voor gaan. Benjamin las het dan na, stelde nog een paar vraagjes en bekeek je eerder ingeleverde paper. Als derde laatste was zij aan de beurt. Benjamin bekeek haar examen. Toen nam Benjamin haar handtas. Die zal wel een flesje water nemen, dacht ze. Maar Benjamin nam haar gsm en begon te smsen. En te bellen. Soms is Benjamin een beetje een rare vogel. Ze durfde ervoor wedden dat de twee meisjes die aan het wachten waren ook vreemd opkeken. Maar ze durfde niet omkijken. ‘Hallo, met Benjamin. Kan iemand me even komen aflossen op het gelijkvloers?’ Dat moest ze dan twee keer herhalen, want die vraag krijgen ze waarschijnlijk niet elke dag. ‘Ik zal je even alleen moeten laten. Ik ben dadelijk terug.’ Die had ze niet voelen aankomen. Compleet onverwacht. Benjamin verliet het lokaal en daar zat ze dan. Op een ongemakkelijke stoel, in de zon. Geen fijn zonnetje, een irritante zon. Ze wilde weg. Maar ze mocht niet van Benjamin. Ze had dorst, maar durfde niet drinken. Ze wilde haar paper nemen die een beetje verder op het tafeltje lag, om te kijken wat daar in potlood geschreven stond, maar ze durfde niet. Dat zou wel heel onbeleefd zijn. Benjamin zou er wel om kunnen lachen. Toch deed ze het niet.

Na een tijdje kwam Benjamin weer binnen. Ze ging zitten en las onverstoord verder. Alsof ze nooit was weggeweest. De man met de baard werd bedankt voor de bewezen diensten en verliet het lokaal. Ze stelde één pietluttig vraagje en nam mijn paper. Ze gaf wat terechte kritiek en ook wat vreemde. Precies zoals Benjamin is. Een beetje vreemd, maar ook wel slim. De verstrooide professor uit de karikaturale stripverhalen. Benjamin had zeker een goed hart. Mocht ze niet de verstrooide professor geweest zijn, zou ze woest geweest zijn. Hoe kan je een student in zo’n stressvolle situatie alleen laten? Dat klinkt nogal dramatisch, maar examens zijn eigenlijk een beetje zoals bloedzuigers. Maar Benjamin kon dat, omdat ze Benjamin was. Ze kwam ermee weg. Omdat ze het niet deed om haar op te jutten of zenuwachtig te maken. Ze deed het omdat ze Benjamin was.

Ze kwam naar buiten gewandeld en moest lachen. Met Benjamin. Maar ook omdat de kop eraf was. Op naar het volgende examen. Het volgende examen dat overigens een ramp werd. Benjamin zou het bij haar vak nooit zo ver laten komen. Ach wat.

(De grens tussen fictie en realiteit is soms flinterdun)

Nietsnutten en Mongolen Bij de Spoorwegen.

Sinds 1926 proberen ze ons wijs te maken dat NMBS staat voor: Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Maar helaas, mensen. Ze hebben ons al die tijd bij onze kersen. Nietsnutten en Mongolen Bij de Spoorwegen – dat is het. Hoor ik daar al wat gegrom. Is het debat reeds geboren? Ik weet ook wel dat de man of vrouw (al zijn die vaak ook meer man dan vrouw) die met zijn gedegradeerd nietjesmachine rondzwaait er niets aan kan doen. Neen het is dat zooitje ongeregeld is Brussel dat per se wilt besparen. In de eerste plaats op dingen waar men juist moet gaan investeren. Ik zie het al, de eigen zakken worden gevuld! Hierdoor wordt het dagelijks gebruik van het openbaar vervoer een avontuur dat spannender is dan de gemiddelde tocht door een oerwoud. Daar weet je tenminste nog wat je te wachten staat.

Gelukkig ging gisteren alles vlotjes! Om 7.12 vertrok mijn bus aan de halte. Als je weet dat ik 12 minuten moet fietsen om daar te geraken, weet je ook dat, als ik om 6.45 van onze oprit bol, ik ruim op tijd ben. Twee en twee is uiteraard ook drie. Als bij wonder zag ik op mijn tocht richting de halte een bus rijden met het magische nummer 530 – de mijne. Wat deed die daar? Op een uur dat die bus daar niet eens moest rijden? Een eerste maal die dag, dacht ik dat ik mijn examen wel kon vergeten. Ik verwittigde mijn moeder, zodanig dat ze alvast in de startblokken kon gaan staan. Alles liep nog tamelijk gesmeerd, want ja, een nieuwe 530 kwam aangereden.

Ik kwam netjes op tijd aan in het station en begon alvast mijn Campuskaart in te vullen. ‘De trein met bestemming Antwerpen-Centraal van 7.54 heeft meer dan 25 minuten vertraging. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen.’ Doen we! Een tweede keer die dag dacht ik dat ik mijn examen kon vergeten. Net zoals de andere 40 mensen die stonden te wachten (dit is geen hyperbool), zocht ik op de dienstregeling welke trein we konden nemen en op welk perron ik moest gaat staan. Maar, kijk, wat schattig! Nu hebben die immer intelligente wezens de nieuwe dienstregeling die geldig is vanaf 10 juni óver de huidige dienstregeling geplakt. Gelukkig maar, dan kan ik tenminste praktisch kijken hoe ik tijdig op mijn examen geraak. En indien niet, ja, wat is een examen vandaag nog?

Ik liep als een gek naar het volgende perron om hopelijk nog op tijd op school te geraken. Ik vloog op de trein, plofte neer. Ik dacht: ‘Fieuw, gelukkig!’. De vrouw tegenover mij dacht waarschijnlijk dat ik behoefte had aan een babbel en begon te kletsen. Als uw haar niet zo vettig was, mevrouw, had ik het uit uw hoofd getrokken. ‘Mag het venster open, het is hier warm. Wist u, juffrouw dat deze trein richting Brussel afgeschaft wordt vanaf morgen?’ Ik moest even wat frisse lucht inademen die door dat veel te kleine venster naar binnen werd geduwd. Voor de derde keer die dag, dacht ik dat ik mijn examen wel kon vergeten. ‘Wacht, is dit de trein naar Brussel?’ ‘Ja, ja. Zit ge verkeerd? Ge moet toch geen examen gaan doen?’ Neen, ik neem altijd de trein om 8 uur omdat ik anders thuis zit te koekeloeren. ‘Ja, ik moet examen gaan doen en ja ik zit verkeerd.’ ‘Hebde gij chance dat het een boemeltrein is.

Daar stond ik dan, helemaal duizelig, bezweet en gefrustreerd op het perron van Mechelen. Even kijken welke trein ik kan nemen richting Antwerpen – wacht: het is nu 8.01. Kan je geloven dat de volgende trein pas om 8.22 is. Dat betekent ook dat die pas om 8.43 aankomt in Antwerpen en dat ik, als alles goed gaat, stipt om negen uur het lokaal kan binnenwandelen. Wat is dan het probleem, Yasmin, da’s toch mooi op tijd? En gelukkig laat het openbaar vervoer je nooit in de steek. Met de trein zou je er al zijn! Ondertussen had ik al de hele wereld laten weten dat ik tijdens het afgelopen uur al meer had meegemaakt dan tijdens mijn hele examenperiode. Ik dacht: ‘Als de trein één minuut vertraging heeft, dan heb ik tweede zit!’ En ja hoor, het was zo ver. In prachtige, fluo-oranje, totaal niet ouderwetse letters werd mij meegedeeld dat de trein 5 minuten vertraging had. Een vierde keer die dag, dacht ik dat ik mijn examen wel kon vergeten. Ik stuurde een sms naar S. om te vragen of zij de professor kon inlichten wanneer ze binnengingen in het examenlokaal. Ondertussen somde de vrouw zo goed als alle trein van het volgend kwartier op. Niet om te zeggen dat ze op tijd waren, neen, ze waren allemaal te laat. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen. Toen de sms verstuurd was, keek ik nog eens op het bord. De mooie fluo-oranje letters waren verdwenen. Geen 5 minuten vertraging. Wat is dit in godsnaam? Ik kreeg terug wat hoop.

Ik wandelde het lokaal binnen en alle ogen van medestudenten kwamen mijn richting uit. Met een bezwete bovenlip, een beetje duizelig en helemaal gefrustreerd, zocht ik snel mijn schrijfgerief bij elkaar en ging zitten. Toen ik het examen in handen kreeg, las ik de vragen en wist ik dat ik dit examen goed ging kunnen afleggen. Voor de eerste keer die dag, dacht ik dat mijn examen een haalbare kaart ging zijn. De eerste 5 minuten van het examen ben ik tot rust gekomen.

En gelukkig geraakte ik niet gefrustreerd.

Blokweek.

Hoera! Er flitsen weer flarden tekst door mijn hoofd: Er is nieuw blogmateriaal geboren! Helaas heb ik het tot en met maandagnamiddag heel druk met blokken voor examens, daarna wordt het iets rustiger. Ik heb doorheen de week wat foto’s genomen met mijn gsm. Aanschouw mijn forever alone momenten. Tot snel! x

I. Blokken voor het eerste vak: Literatuursociologie. Dit ging volgens mij goed. Wel heel vreemd examen en een heel vreemd voorval tijdens het examen! Synchrone Grammatica, het tweede vak ging veel minder goed en zal ik opnieuw moeten maken in augustus…

II. Vrijdag was mijn laatste lesdag. Ik las ‘s morgens op de trein Metro. Ik doe dit normaal gezien nooit en toen ik deze titel in het vizier kreeg, wist ik weer waarom…

III. Wanneer ik vele examens kort na elkaar heb, maak ik altijd 5 minutenlijstjes. Dit zijn lijstjes met dingen die ik kan doen tussen het leren door die maar 5 minuten in beslag nemen. Zo sorteerde ik op een dag mijn hele kleerkast!

IV. Ik ga sinds kort naar een diëtiste (-2.7 kg de laatste weging!) dus moet ik tijdens het studeren proberen om zo weinig mogelijk te snoepen en dus gezond eten en drinken. Lukt goed! Op zich al een overwinning…

V. V8 drink ik tussendoor wanneer ik eigenlijk soep zou moeten drinken maar dat niet kan, omdat ik bijvoorbeeld onderweg ben. Het is eigenlijk gewoon groetensap en ik vind het wel lekker. Oh ja, ik heb gemerkt dat wanneer je V8 in het openbaar drinkt, mensen je aanstaren alsof je white spirit naar binnen giet.

VI. Ik had belachelijk veel ongelezen blogs via Bloglovin’ deze week. Ik heb er gewoon geen tijd voor kunnen maken. Per dag probeer ik er nu een tiental te lezen ter ontspanning!

VII. Tijdens één van mijn 5 minutenpauzes ging ik op zoek naar boeken in mijn kast die ik nog niet gelezen had. 20! En er staan er nog eens zo veel te wachten in mijn kast. Dan weet ik weer waarom ik het boekenpact met mezelf sloot. Zou het lukken om ze alle 20 te lezen deze zomer?