Push the button.

Dinsdag. 10.35. Ze krabt verwoed in haar haar terwijl de deur  in het slot valt. Wind is nefast voor een kort kapsel, ach wat. Hier geraak je trouwens zo maar niet binnen. Ze haalde haar kaart door de kaartlezer … En nog eens … En nog eens. Na negen maanden lukt het haar nog steeds niet om die deur vanaf de eerste keer te openen. Verdorie, komt er ook nog één of andere Zuiders Erasmusstudent in haar nek blazen. Groen licht! En waar heeft ze die verdomde sleutel deze keer gelaten? Erasmus laat haar binnen, after you. Met wat gestamel kreeg ze een stille thanks over haar lippen. Misschien toch eens overwegen om haar CV naar het klooster te sturen. Kon ze overigens ook haar weerbarstig haar in Knokke gaan laten knippen. Gelukkig, hij moet de andere lift nemen. Een walm van Acqua Di Gio prikkelt haar neus, droeg haar vader ook, in de jaren ’90. Toch niet zo hip als hij eruitziet. Ze stapt de lift in …

Mijn haar ziet er nog erger uit dan ik me had kunnen voorstellen, schiet het door haar heen, terwijl ze zichzelf bekijkt in de spiegel van de lift. Zou er een camera achter die spiegel zitten? De liftdeur staat nog steeds open hoewel ze op de knop geduwd heeft. Ze duwt nog eens. Mijn haar wordt er ook niet mooier op. Ze duwt nog een keer. Eindelijk. Ze zoekt haar sleutel alsnog in haar handtas en stapt de lift uit. Ze opent de spuuglelijke oranje deur aan de linkerkant, zoals steeds. Maar die poster van die blote vrouw hing hier vanochtend niet. Zal wel een grap zijn, op deze wijvengang. Er leek wel een bom gebarsten op de gang. Vol ongeloof werd ze een beetje nerveus en beet op haar onderlip. Seksistische moppen geprint in Comic Sans MS bekleedden de zwarte kasten die overigens nergens toe dienen. Een voetbal lag in het midden van de gang. Stunt van het praesidium? Ze loopt naar het einde van de gang, naar de rechterdeur, zoals steeds. Ze neemt haar sleutel, grijpt de klink … Ze hoort gepraat in haar kamer. Mannenstemmen – twee. Nu werd ze echt nerveus. Ze zet een stap naar achter en loopt al lachend de gang weer uit, de spuuglelijke oranje deur door en wacht op de lift. Ze kijkt even goedkeurend naar het plaatje dat recht tegenover de lift hangt en slaat haar ogen ten hemel. Ze haalt opgelucht adem. Typisch.

Je zal je maar van knopje vergissen in die lift.

Advertenties

De spits afbijten.

Op 29 mei had ze haar eerste examen. Een hele tijd geleden dus. Eerste examens zijn altijd spannend, het zet een trend voor de examens die nog komen. Ze moest examen doen bij de levende verstrooide professor. Niet zoals jij je die voorstelt, neen, nog erger, zoals in de stripverhalen. Maak dààr dan een karikatuur van. Hou dat beeld even vast.

Tijdens het wachten moet ze denken aan de eerste les. Ze begint te lachen. In eerste instantie dacht ze dat het een live gebeuren van de film The Curious Case of Benjamin Button was. Twee jaar voordien had ze van deze professor, een vrouw, ook al eens les gehad. Hoewel de aula toen veel groter was en ze doorgaans achteraan zat te suffen, kon ze zich niet herinneren dat ze er zo uitgezien had. Vreemd. En waar kwamen al die grijze haren vandaan? Ze moest nog harder lachen. Als ze niet beter zou weten, zou ze niet weten dat het een vrouw was. Gelukkig gaven haar twee bulten het prijs. Net zoals je een kameel van een drommedaris kan onderscheiden, kan je doorgaans ook man en vrouw uit elkaar houden – door bulten dus. Laten we de professor, die vrouw dus, maar even Benjamin noemen. Omdat dat nu even praktisch is.

K. kwam naast haar zitten en ze kwam met haar gedachten weer op de bewoonde wereld terecht. Plots ging de deur van het lokaal open en stond Benjamin daar, samen met haar bulten. Niet echt samen, zoals zij daar samen met K. op de bank zat, naast elkaar, maar toch samen. Excuseer, ze waren toch naast elkaar, maar dan anders. Benjamin vroeg: ‘Zijn jullie de enige studenten die nu examen moeten komen doen?’ Dat vond ze nogal een domme vraag. Ze kon voelen dat K. het ook vond. Da’s toch een vreemde zaak, Benjamin stond daar met een lijstje in haar (laten we Benjamin maar haar noemen, gewoon omdat Benjamin ook vreemd haar heeft) handen? Zij weet toch als geen ander wie er examen moet komen doen? ‘Kunnen jullie al even aftekenen op de lijst? Dan moet dat straks niet meer.’ Ze wist dan tóch waar die lijst voor diende – vreemde vogel die Benjamin. Speciale kameel. Na het aftekenen ging de deur weer dicht: Benjamin en de lijst verdwenen achter de feloranje deur. Eén voor één druppelden andere studenten binnen. Zenuwachtig gegiechel – wat wil je, elf meisjes die hun eerste examen kwamen afleggen. Benjamin verscheen weer: ‘Is het vandaag de 24e?’ Terwijl er eentje ‘ja’ zei (door de stress), zeiden de andere 10 ‘neen’. ‘Oh, heb ik dan een examen vergeten af te nemen bij een groep?’ Algemene hilariteit. Die Benjamin toch, en dan die 11 grieten die de spits komen afbijten met hun eerste examen. Stress en chaos.

Ze kregen het examen in handen en zo vaak kon ze door één blik op het examen te werpen zeggen of ze geslaagd zou zijn of niet. Het was een goeie. Die Benjamin toch! Als de studenten klaar waren, mochten ze één voor één naar voor gaan. Benjamin las het dan na, stelde nog een paar vraagjes en bekeek je eerder ingeleverde paper. Als derde laatste was zij aan de beurt. Benjamin bekeek haar examen. Toen nam Benjamin haar handtas. Die zal wel een flesje water nemen, dacht ze. Maar Benjamin nam haar gsm en begon te smsen. En te bellen. Soms is Benjamin een beetje een rare vogel. Ze durfde ervoor wedden dat de twee meisjes die aan het wachten waren ook vreemd opkeken. Maar ze durfde niet omkijken. ‘Hallo, met Benjamin. Kan iemand me even komen aflossen op het gelijkvloers?’ Dat moest ze dan twee keer herhalen, want die vraag krijgen ze waarschijnlijk niet elke dag. ‘Ik zal je even alleen moeten laten. Ik ben dadelijk terug.’ Die had ze niet voelen aankomen. Compleet onverwacht. Benjamin verliet het lokaal en daar zat ze dan. Op een ongemakkelijke stoel, in de zon. Geen fijn zonnetje, een irritante zon. Ze wilde weg. Maar ze mocht niet van Benjamin. Ze had dorst, maar durfde niet drinken. Ze wilde haar paper nemen die een beetje verder op het tafeltje lag, om te kijken wat daar in potlood geschreven stond, maar ze durfde niet. Dat zou wel heel onbeleefd zijn. Benjamin zou er wel om kunnen lachen. Toch deed ze het niet.

Na een tijdje kwam Benjamin weer binnen. Ze ging zitten en las onverstoord verder. Alsof ze nooit was weggeweest. De man met de baard werd bedankt voor de bewezen diensten en verliet het lokaal. Ze stelde één pietluttig vraagje en nam mijn paper. Ze gaf wat terechte kritiek en ook wat vreemde. Precies zoals Benjamin is. Een beetje vreemd, maar ook wel slim. De verstrooide professor uit de karikaturale stripverhalen. Benjamin had zeker een goed hart. Mocht ze niet de verstrooide professor geweest zijn, zou ze woest geweest zijn. Hoe kan je een student in zo’n stressvolle situatie alleen laten? Dat klinkt nogal dramatisch, maar examens zijn eigenlijk een beetje zoals bloedzuigers. Maar Benjamin kon dat, omdat ze Benjamin was. Ze kwam ermee weg. Omdat ze het niet deed om haar op te jutten of zenuwachtig te maken. Ze deed het omdat ze Benjamin was.

Ze kwam naar buiten gewandeld en moest lachen. Met Benjamin. Maar ook omdat de kop eraf was. Op naar het volgende examen. Het volgende examen dat overigens een ramp werd. Benjamin zou het bij haar vak nooit zo ver laten komen. Ach wat.

(De grens tussen fictie en realiteit is soms flinterdun)

Nietsnutten en Mongolen Bij de Spoorwegen.

Sinds 1926 proberen ze ons wijs te maken dat NMBS staat voor: Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Maar helaas, mensen. Ze hebben ons al die tijd bij onze kersen. Nietsnutten en Mongolen Bij de Spoorwegen – dat is het. Hoor ik daar al wat gegrom. Is het debat reeds geboren? Ik weet ook wel dat de man of vrouw (al zijn die vaak ook meer man dan vrouw) die met zijn gedegradeerd nietjesmachine rondzwaait er niets aan kan doen. Neen het is dat zooitje ongeregeld is Brussel dat per se wilt besparen. In de eerste plaats op dingen waar men juist moet gaan investeren. Ik zie het al, de eigen zakken worden gevuld! Hierdoor wordt het dagelijks gebruik van het openbaar vervoer een avontuur dat spannender is dan de gemiddelde tocht door een oerwoud. Daar weet je tenminste nog wat je te wachten staat.

Gelukkig ging gisteren alles vlotjes! Om 7.12 vertrok mijn bus aan de halte. Als je weet dat ik 12 minuten moet fietsen om daar te geraken, weet je ook dat, als ik om 6.45 van onze oprit bol, ik ruim op tijd ben. Twee en twee is uiteraard ook drie. Als bij wonder zag ik op mijn tocht richting de halte een bus rijden met het magische nummer 530 – de mijne. Wat deed die daar? Op een uur dat die bus daar niet eens moest rijden? Een eerste maal die dag, dacht ik dat ik mijn examen wel kon vergeten. Ik verwittigde mijn moeder, zodanig dat ze alvast in de startblokken kon gaan staan. Alles liep nog tamelijk gesmeerd, want ja, een nieuwe 530 kwam aangereden.

Ik kwam netjes op tijd aan in het station en begon alvast mijn Campuskaart in te vullen. ‘De trein met bestemming Antwerpen-Centraal van 7.54 heeft meer dan 25 minuten vertraging. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen.’ Doen we! Een tweede keer die dag dacht ik dat ik mijn examen kon vergeten. Net zoals de andere 40 mensen die stonden te wachten (dit is geen hyperbool), zocht ik op de dienstregeling welke trein we konden nemen en op welk perron ik moest gaat staan. Maar, kijk, wat schattig! Nu hebben die immer intelligente wezens de nieuwe dienstregeling die geldig is vanaf 10 juni óver de huidige dienstregeling geplakt. Gelukkig maar, dan kan ik tenminste praktisch kijken hoe ik tijdig op mijn examen geraak. En indien niet, ja, wat is een examen vandaag nog?

Ik liep als een gek naar het volgende perron om hopelijk nog op tijd op school te geraken. Ik vloog op de trein, plofte neer. Ik dacht: ‘Fieuw, gelukkig!’. De vrouw tegenover mij dacht waarschijnlijk dat ik behoefte had aan een babbel en begon te kletsen. Als uw haar niet zo vettig was, mevrouw, had ik het uit uw hoofd getrokken. ‘Mag het venster open, het is hier warm. Wist u, juffrouw dat deze trein richting Brussel afgeschaft wordt vanaf morgen?’ Ik moest even wat frisse lucht inademen die door dat veel te kleine venster naar binnen werd geduwd. Voor de derde keer die dag, dacht ik dat ik mijn examen wel kon vergeten. ‘Wacht, is dit de trein naar Brussel?’ ‘Ja, ja. Zit ge verkeerd? Ge moet toch geen examen gaan doen?’ Neen, ik neem altijd de trein om 8 uur omdat ik anders thuis zit te koekeloeren. ‘Ja, ik moet examen gaan doen en ja ik zit verkeerd.’ ‘Hebde gij chance dat het een boemeltrein is.

Daar stond ik dan, helemaal duizelig, bezweet en gefrustreerd op het perron van Mechelen. Even kijken welke trein ik kan nemen richting Antwerpen – wacht: het is nu 8.01. Kan je geloven dat de volgende trein pas om 8.22 is. Dat betekent ook dat die pas om 8.43 aankomt in Antwerpen en dat ik, als alles goed gaat, stipt om negen uur het lokaal kan binnenwandelen. Wat is dan het probleem, Yasmin, da’s toch mooi op tijd? En gelukkig laat het openbaar vervoer je nooit in de steek. Met de trein zou je er al zijn! Ondertussen had ik al de hele wereld laten weten dat ik tijdens het afgelopen uur al meer had meegemaakt dan tijdens mijn hele examenperiode. Ik dacht: ‘Als de trein één minuut vertraging heeft, dan heb ik tweede zit!’ En ja hoor, het was zo ver. In prachtige, fluo-oranje, totaal niet ouderwetse letters werd mij meegedeeld dat de trein 5 minuten vertraging had. Een vierde keer die dag, dacht ik dat ik mijn examen wel kon vergeten. Ik stuurde een sms naar S. om te vragen of zij de professor kon inlichten wanneer ze binnengingen in het examenlokaal. Ondertussen somde de vrouw zo goed als alle trein van het volgend kwartier op. Niet om te zeggen dat ze op tijd waren, neen, ze waren allemaal te laat. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen. Toen de sms verstuurd was, keek ik nog eens op het bord. De mooie fluo-oranje letters waren verdwenen. Geen 5 minuten vertraging. Wat is dit in godsnaam? Ik kreeg terug wat hoop.

Ik wandelde het lokaal binnen en alle ogen van medestudenten kwamen mijn richting uit. Met een bezwete bovenlip, een beetje duizelig en helemaal gefrustreerd, zocht ik snel mijn schrijfgerief bij elkaar en ging zitten. Toen ik het examen in handen kreeg, las ik de vragen en wist ik dat ik dit examen goed ging kunnen afleggen. Voor de eerste keer die dag, dacht ik dat mijn examen een haalbare kaart ging zijn. De eerste 5 minuten van het examen ben ik tot rust gekomen.

En gelukkig geraakte ik niet gefrustreerd.

A morning without coffee is like sleep.

Ok, ik beken, ik ben een koffieverslaafde… geweest. Het is een tijdelijke verslaving in mijn geval. Een aantal jaar geleden dronk ik elke dag koffie, maar toen ik doorkreeg dat ik daar nog eens extra nerveus van werd en dat het bovendien niet echt ideaal is om te drinken als je worstelt met extra kilo’s, besloot ik om er maar mee op te houden. Et voilà! Ik drink nu alleen nog maar koffie tijdens de zomermaanden. Ja, dat lijkt op het eerste zicht nogal vreemd, maar dat is het helemaal niet. Ik drink tijdens de zomer koffie omdat ik dan meestal een heel aantal weken met kinderen werk en da’s vroeg opstaan, een hele dag in de buitenlucht leven, laat vergaderen en laat gaan slapen. Ik vind dat koffie in die tijd mijn beste vriend is.

Je kan je dus al voorstellen dat ik dan ook een gat in de lucht sprong toen ik hoorde dat er in Antwerpen een Starbucks kwam. Ik moet elke dag langs het Centraal Station passeren om naar school te gaan, dus ik zag mijn centjes al smelten als een klontje suiker in een kopje koffie… Maar nee hoor, sinds die keten in Antwerpen staat ben ik er één keer binnengelopen voor een Iced Mixed Caramel Machiatto. Het was niet eens om mijn verslaving op peil te houden! Het was om mezelf te belonen omdat ik om 5.45 opgestaan was om op tijd op school te zijn… Maar er is goed nieuws, want binnenkort ben ik weer aan een beloning toe! Na mijn examenperiode, die officieel afloopt op 2 februari (en dan staat de Starbucks er net geen jaar!) trakteer ik mezelf weer op wat lekkers bij de Starbucks…

Budgetair kan je wel stellen dat het voor mij een hele opluchting was dat ik me er blijkbaar kon van weerhouden om mijn hele kleine fortuin te spenderen aan koffie met een beetje ijs en een beetje caramel… Want dat is het toch tenslotte? Ok, het is een leuk logo, ok, het zijn leuke bekers, ok, het smaakt keer op keer… Maar ik ben toch altijd opgelucht als ik buiten de Starbucks sta, met mijn bekertje in mijn hand… Dat had ik in London ook steeds weer opnieuw… Ja, ze zijn er vriendelijk maar alles gaat er zo snel dat je de cafeïne niet meer nodig hebt om nerveus te worden… Of zie ik dat verkeerd? Mijn punt is gewoon dat iets maar speciaal blijft zolang je het niet elke dag ziet… En dat was bij Starbucks het geval…

Maar goed, niets neemt weg dat ik uitkijk naar die 2e februari, niet alleen omdat ik dan gedaan heb met leren (tenminste voor een tijdje), maar ook omdat ik dan even op mijn tanden moet bijten om uit de drukte te geraken met een heerlijk kopje koffie…

Infected mushrooms.

Heb ik  alweer het gevoel dat ik mijn tijd verdoe. Hallo, ik wil een nuttige bijdrage leveren tot deze wereld en niet niet eeuwig met kleuters opgescheept zitten. Kleuters die als paddenstoelen uit de grond blijven schieten en niet te verdelgen zijn, aldus, niet door mij. Kunnen jullie even naar jullie paspoort kijken en de geboortedatum in jullie opnemen. Zo, da’s duidelijk. Ik stel voor dat jullie me allemaal met rust laten want jullie zijn such a waste of my time dat ik er niet goed van word.

Ja,  ze hebben me weer goed liggen gehad. Als ik een fallus had gehad,  hadden ze me  daarbij waarschijnlijk genomen maar die smerige utopische gedachte  laat ik er even uit. Dacht ik echt dat ik naar De Grote Mensenwereld ging? Dacht ik dat echt? Was ik een aantal maanden geleden nog zo naïef? Het meest ironische aan de zaak is vooral dat het gewoon nog erger is geworden. Zelfs Paul D’Hoore had deze crisis niet kunnen voorspellen noch verklaren. Ik ben verscheurd. Uit m’n persoonlijke habitat getrokken, waar ik vrede genomen had met niet te verdelgen paddenstoelen en ze naar mijn hand kon zetten. Maar nee, voor ik het wist werd ik weggerukt en ergens anders geplaatst. In een oerwoud van paddenstoelen die er zo smerig uitzien dat zelfs een eekhoorn in ernstige wintertijd er niet aan denkt om er van te eten. En ik kan die Pluimstaart niet eens ongelijk geven want ik moet kokhalzen als ik jullie zie. Jullie met jullie oh-zo-fantastische gedrag, echt top! Misschien moeten jullie even leren dat ik niet in De Grote Mensenwereld gekomen ben om het Roodkapje uit te hangen en paddenstoelen te plukken voor in het koninginnenhapje van oma, om dan dankzij jullie een old school maatlijd te hebben, neen, vergeet het maar. Ik ben erheen gekomen om me met De Grote Mensen te kunnen verenigen om jullie, miezerige paddenstoeltjes te kunnen vertrappelen.

En oh ja, als de speeltijd over is, kan je dan even met je voeten aan de grond. Ik hou niet van suggestievelingen… Ze zijn als witte stipjes op een rode paddenstoel… Giftig.

Vakantie

De vakantie is voor mij vandaag begonnen en volgens mij was de weerman hiervan op de hoogte! Ik wilde vandaag vroeg opstaan om de vakantie in te zetten met een goed voornemen. Vorig jaar had ik nogal de neiging om tot 15.00 in mijn bed te vertoeven met een dvd-box van één of andere serie of een resem dvd’s. Goed begonnen is half gewonnen dus heb ik half verloren. Om 7.15 ging mijn wekker af met de bedoeling om rond een uur of 8.00 zeker beneden te zijn. De eerste tijdsindicatie klopt, de tweede viel eerder rond 11.42. Maar goed, daarmee ben ik wel helemaal uitgeslapen om aan de langste vakantie van mijn leven te beginnen: 3 maanden!

Misschien is dat allemaal iets te voorbarig want ik weet pas vandaag of ik geslaagd ben of niet. Vandaag om 19.00 word ik bevrijd of helemaal de kop ingedrukt. Herxamens hebben ze nog nooit van gehoord dus het wordt erop of eronder. Ik besterf het echt nu al van de zenuwen! Ik heb besloten om vandaag maar net hetzelfde te doen als mijn moeder van plan is, zodat ik tenminste niet zenuwachtiger word. Na 19.00 heb ik twee uur de tijd om me helemaal klaar te stomen voor het galabal.

Om de tijd vandaag te doden ben ik van plan om met mijn luie krent in de zon te gaan liggen met het nog steeds geweldige Petite Anglaise. Ik hoop echt dat ik geslaagd ben! Ik zie het namelijk helemaal niet zitten om naar al diegenen die gestuurd/gebeld/gemaild/gezegd hebben dat ik maar iets moest laten weten, te zeggen dat ik helemaal niet verstandig genoeg ben om naar de hogeschool te gaan!

Fingers crossed.

Edit: Ik ben geslaagd! Ze hebben me naar ’t schijnt niet eens moeten delibereren. Aan de hoofdpijnmeterstand te voelen was het galabal een feestje! Vanavond proclamatie en dan doe ik alles gewoon nog eens over!

Latijn; say what?!

Zes examens te gaan en dan… als het goed gaat 3 maanden vakantie, als het minder goed gaat 2 maanden. Wat het wordt, weet ik pas volgende week woensdag. Maar één ding is zeker, ik ben echt dringend toe aan vakantie! Ik heb een hoop boeken te lezen, een hoop kindjes gelukkig te maken, een hoopje geld te verdienen, een stage te doen en vooral nood aan het Genot.

Ik heb vandaag (misschien) mijn laatste examen ooit afgelegd van Latijn en ik vind het nu al jammer. Ik ben blij dat ik de ballen aan m’n lijf had om iedereen 5 jaar geleden een dikke middenvinger te geven en mijn rug te keren. Mijn eigen zin, dat zou ik doen. En ok, het klinkt niet echt rebels: ‘Ik doe Latijn!’ Maar het was ook helemaal niet zo bedoeld. Ik wilde ook tijdens mijn schooltijd het Genot voelen. Het Genot dat ik met een handvol studentjes ook deel(de)…

Ik kan het eigenlijk amper geloven dat ik alle schema’s van grammatica, alle boekjes, … moet doorgeven aan m’n kleine zusje en zeggen: ‘Hou het bij, want je kan het volgend jaar goed gebruiken!’ Volgens mij is ze niet eens in staat om een accusatief te onderscheiden van een nominatief. En eerlijk gezegd, ik ook niet… Het is dan ook op z’n minst bizar dat ik mezelf tot heden een Latiniste kan noemen. Maar het is ook helemaal geen eerlijke gedachte om al die vooroordelen over mijn zus nu al te vellen. Ik heb ook mijn kans gekregen en zelfs wanneer ik ze niet meer kreeg, heb ik ze toch gegrepen. Ik hoop zelfs, in het diepste van mijn ziel, dat mijn zusje volgend jaar al hyperventilerend aan m’n kamerdeur staat om te zeggen dat ze het helemaal niet kan. Zodat ik haar kan zeggen: ‘Ja dat had ik ook, kijk een accusatief eindigt op –am want de nominatief eindigt op –a’.

Toen ik vanmiddag van het examen naar huis reed, had ik een heel vreemd gevoel. Een gevoel van vrijheid, blijheid, opluchting én droefheid. Precies alsof ik mijn zus was gaan uitwuiven op de luchthaven omdat ze een glanzende carrière in Hollywood tegemoet ging. Moest ik blij zijn dat ze wereldberoemd werd? Moest ik droevig zijn omdat ze vertrok? Moest ik opgelucht zijn omdat ik de helft van haar bezittingen gekregen had voor ze vertrok? Of moest ik droevig zijn omdat ik niet in Hollywood zat?

Tot vorige week zou ik nog getwijfeld hebben, maar nu weet ik het zeker: Als ik morgen mijn leven opnieuw moet beleven dan zit ik over 12 jaar weer te zweten boven de gemengde verbuiging.

Vale!

Het Monster van Examenstress

Ik heb vandaag besloten dat ik ga bloggen wanneer ik het zelf wil en niet wanneer anderen vinden dat ik er tijd voor kan maken. Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat ik al het andere in brand kan laten terwijl ik blog, omdat bloggen voor mij is als yoga voor de alternatievelingen op de blauwe planeet… Het ontspant me – ik word er alleen niet ontzettend lenig van.

Ik heb nu reeds 5 examens afgelegd en laten we stellen dat het niet gegaan is zoals verwacht. Het examen Engels was zoals verwacht buiten categorie en over Natuurwetenschappen wil ik het ook liever niet hebben want het zou wel eens kunnen gaan regenen. Bij beide examens wordt het een net wel of net niet. De gebruikelijke uitslagen die spannend zijn tot het einde. Volgende week heb ik van maandag tot woensdag een extra druk examenrooster: Latijn, Frans, Wiskunde en ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze alledrie bijzonder goed verlopen…

Ik begin na amper een week al last te krijgen van de gebruikelijke examenkwaaltjes: rugpijn van de bureauhouding, nekpijn van de leerhouding, slaaptekort van de stresshouding en kniepijn van de ik-ben-mismaakthouding… Maar goed, ik zou niet mezelf zijn als dat alles samen niet genoeg is… Ik ben namelijk mijn kleed voor het galabal op het einde van het jaar (volgende week dus) zélf aan het maken. Ik heb mezelf al ettelijke malen verwenst dat ik perse een galakleed als proefstuk moest hebben, maar goed… Het komt er op neer dat het kleed voorlopig minstens 2 maten te groot is en ik heb de vaandel intussen doorgegeven aan mijn moeder: Aan haar de eer om het op te lossen! Ik hoop dat het goed komt of de dag voor het gala wordt het weer zo’n dag waarop ik overmeesterd word door stress, okselvijvers, kijk-me-zo-niet-aanmomenten en dan lijk ik meestal nóg dikker in élk kledingstuk. En daar heb ik echt geen zin in.

Ik weet niet hoe het zit met Schotse monsters maar één ding weet ik wel: Het monster dat in mijn hoofd huishoudt, bestaat wel degelijk!

3 maanden in de hemel.

Ik ga leven in de hemel gedurende drie maand. Na de examens beland ik een vorm van complete extase, bijna-coma. Ik hoop alleen dat ik het haal. Niemand gunt het me, zo lijkt het. Het enige wat ik wil, is een mooie A aan het einde van mijn rapport. Hoeveel ik zal zweten, wenen, bloeden, vloeken, roepen, stressen, … peu import. Ik wil die A en de rest kan me gestolen worden.
Volgende week vrijdag krijg ik mijn (hopelijk) laatste Dagelijks Werk-rapport. Een egale lijn en geen onvoldoendes naar het examen zou mooi zijn, maar het zou te mooi zijn. Voorlopig ben ik zeker van eentje. Eentje om U tegen te zeggen.
In die drie maanden hemel zal ik mijn stage doen als hoofdanimator, een kot zoeken, kansarme kindjes tien dagen helpen om hun armoede te vergeten, een boek schrijven, genieten van het mooie weer, hopelijk een beetje werken, …
En als ze me die hemelse maanden niet gunnen, dan doe ik wel middenjury, nèh!