You ain’t nothing but a hound dog. You ain’t no friend of mine.

Ik kom tegenwoordig klaarblijkelijk meer in contact met harige viervoeters dan gewoonlijk. Ik heb het niet over konijnen of ijsberen maar over honden… Er zijn twee soorten honden: Honden die ik leuk vind en honden die ik niet leuk vind. Puur objectief gezien dan.

De eerste soort, namelijk honden die ik leuk vind, zijn nog leuk te noemen. Hun rug komt minstens tot aan mijn knie, ze springen niet maar komen gewoon tegen mijn been hangen, ze blaffen niet en gaan gewoon zitten als ik ‘zit’ zeg. Meestal zijn ze donkerbruin of zwart en hebben een mooie hondennaam. Mocht ik een teef vrouwelijke hond zijn en die vroegen mij met z’n allen ten huwelijk, graag! Laat die wittebroodsweken maar komen – ik blafte gerust mijn ja-woord.

Maar helaas, ik kom dezer dagen eerder in contact met de tweede soort. Hun rug komt niet tot aan mijn knie, ze raken vaak zelfs niet eens aan mijn achillespees en doen vooral niét wat er gevraagd wordt – en dat ligt niet aan mij, want ze luisteren zelfs niet naar hun baasje! Hoewel ze vaak maar 25 milimeter hoog zijn, hebben ze geen problemen om in de nok van het dak te springen en heel de boel onder te hijgen en vervolgens – hoe kan het ook anders – te kwijlen. Meestal hebben ze een permanent van krullen en luisteren naar de naam Jacky, Blacky, Bobby, Snoopy of Laika. Oh ja, ze kwispelen alleen maar met hun staart en als ze dat beu zijn, ja… Dan beginnen ze aan een blafmarathon

En eigenlijk kan het me niet schelen of je een Jack Russel hebt met de naam Justin Bieber die ervoor zorgt dat je huis dagelijks gekuist wordt met een natuurlijke kwijldweil… Nog veel minder dat je met je hond kust of dat hij samen met jou uit je bord mag eten. Helemaal niet als je gewoon je deur gesloten houdt! Blacky, my dier dear, I don’t give a damn!

Maar daar loopt het mis. Want de laatste tijd kom ik die scharminkels vooral tegen op plaatsen waar een hond doorgaans weinig te zoeken heeft. Een voorbeeld is de bus. Een ander voorbeeld is een restaurant. Ja, blijkbaar is Blacky zo belangrijk voor het hele gezin dat hij een stoel krijgt in het restaurant, op een doekje uiteraard. En neen, ik verzin dit niet, dat gebeurt echt. Ik vond het al degoutant dat ik dat schouwspel mocht bekijken, begon dat beest ook nog met zijn hele lijf te schudden terwijl Meneer Ober mevrouws vis aan ’t fileren was. Wilt u graag citroen of haar? Een extra portie voor mevrouw, komt eraan. En dan dat gehijg tijdens het eten, hou je koest! Ah neen, jij bent van het type dat niet hoeft te luisteren naar je baasje…

Het is ook die soort waarbij je altijd in een deuk ligt, als ze worden uitgelaten. Eigenlijk kan je beter het baasje voorzien van een halsband want omgekeerd is het compleet nutteloos. Wat een kleine klootzakjes zijn het toch! Ze lopen 20 maal rond je heen zodat je verstrikt raakt, bijna struikelt over natte herfstbladeren en om tegenwicht begin je in omgekeerde richting te draaien en bezorg je voorbijgangers en chauffeurs een kostelijk moment. Bovendien is deze actie compleet nutteloos want Haarbal is zo snel en opgewonden dat hij een snelheid haalt van 90 km per uur, in de bebouwde kom, jawel.

En neen ik ben geen dierenhater. Ik ben vegetariër. En dat wil eigenlijk niks zeggen, want ik kan ook vegetariër zijn omdat ik dieren zo hard haat dat ik het nodig vind om hún voedsel op te vreten, maar dat is niet het geval. Ik ben principieel vegetariër, maar ook die vlieger gaat niet op want wij eten hier in Elio Di Rupië (ja we hebben een regering!) geen hond – meestal. Ik wil ook even kortsluiten dat ik vind dat iedereen elk beestje graag mag zien en mag verzorgen. Maar er is gewoon een type hond dat ik niet zo leuk vind – maar dat bleek reeds – en ik vind het al helemaal geen toffe viervoeters als ze ook nog menselijk worden beschouwd door hun baasje. Want dat mensen, is vreemd.  Evolutionair gezien was een hond echt wel mens geworden als dat zo ‘moest’ zijn. Maar da’s nu niet het geval. Dus laat ze maar uit een bakje eten, gewoon vanop de grond, thuis in een hoekje of hokje…

Alvast bedankt!

You can insult me as long as you’re joking.

Ruw trok ze de klink naar beneden en even ruw viel de deur achter haar dicht. Een rugzak die overvol zit en een weekendtas die niet moest onderdoen. Alles wat ze dacht dat ze nodig had, nam ze mee. De emmer was nu al weken aan het voldruppelen en had stilaan zijn limiet bereikt. Gedaan ermee. Ze nam haar fiets uit de stalling en vertrok. 12 paar ogen keken haar na. Familie verbaasd. Ze was het beu om steeds te moeten horen dat ze overdreef, dat ze zélf gelijk hadden. ‘Je hebt het precies lastig de laatste tijd.’

Dan maar een krop doorslikken en tegen beter weten in zwijgen. Het was zo voorspelbaar dat de bom ging ontploffen op dit eigenste moment. Op het ogenblik dat de hele familie rond te tafel zat. Eigenlijk kon het haar echt gestolen worden. Gedaan met schone schijn, keeping up appearances. Gedaan ermee. Ze mochten het best zien en weten dat het langs geen kanten boterde.

Ja, ik ben thuis met slaande deuren vertrokken…

In een zonnig land als België.

Toen ik gisteren in de gutsende regen van mijn examen terugkeerde en mijn linnen broek en blazer me even lieten weten dat ze hier niet voor gemaakt waren door even de hele boel te absorberen, kon ik mijn hoofd wel tegen de vitrine van Domino’s Pizza aan de Rooseveltplaats bonken. Maar ik wou uiteraard de dagelijke glimlach van die heren niet kwijt, dus liep ik op mijn sandalen maar snoevend verder. Wat was in godsnaam het alternatief geweest? Examen gaan afleggen in een legergroen pak, waar de regen lekker van af druipt. ‘Mama, dat doe ik nooit aan, de mensen zullen denken…’ De mensen zouden inderdaad denken dat het er niet uitziet, maar ook dat ik de enige in heel Antwerpen ben die droog blijft. Maar Meneer Typ’Arrogantie zou ook gedacht hebben! Dit hield me gisteren bezig en al helemaal toen ik de blog op www.daarwaseens.nl las!

Spijt is wat de geit schijt. Want waar zat ik nu aan te denken? Je hebt toch altijd een paraplu bij, behalve als het regent. Je doet toch altijd je regenjas aan, in geval van – maar regenen doet het nooit. En budget voor een paraplu? Wat zei je? Dat ik niet kan investeren in zo’n ding. Waarom zou ik me ook in godsnaam blauw betalen aan zo’n ding. Je gebruikt het bijna nooit. Want dit land is toch uiterst zonnig. Moet je mijn bruine benen zien, goed hé! Wat was het bakken deze zomer!

En keer op keer laat ik me vangen aan 5 europaraplu’s die met jou de hele Meir over vliegen in plaats van jij met hen. Als ik eruit wou zien als Mevrouw Supercalifragilisticexpialidocious had ik dat wel uitdrukkelijk gevraagd! Wat heb je aan die dingen trouwens verder? Bij het minste windopstootje plooien die dingen in de verkeerde richting en voor je het weet scheurt het hele ding aan flarden. Of beslist het metaal plots om in je oog te komen zitten omdat het niets anders te doen heeft want de stof is gelost. Gelukkig heb ik vanochtend de stijltang door mijn haar gehaald. Als je haar maar goed zit.

Als je dan eindelijk beslist om de strijd met de paraplu op te geven en hem gewoon terug dicht te plooien blijkt dat Blokkergeval al zo ontregeld dat zelfs dat niet meer kan. Wat is dit toch? De hele stad loopt met zo’n ding rond van de Blokker, waarom heb ik dan weer een fabrieksfout gekocht. Oh god, snel even oversteken! En dat ding kan nu niet eens in mijn handtas… Oh goderdegod. En net als je je school bereikt hebt, is Laura daar, met haar gele zonnestraaltjes, lachend en lekker warm op mijn bol. Je bent bedankt, ik zit zodadelijk binnen. Kutlaura. Je kan er echt niet op rekenen. Ze komt gewoon als ze er zelf zin in heeft, wat ben jij eigenlijk? Een zon of een zonde?

En toen ik gisteren langs een vuilbak liep, met de regendruppels op mijn bril, waardoor ik gelukkig net op tijd, 2 cm voor die eigenlijke vuilbak kon zien dat het een vuilbak was, nam ik een besluit. Ik zag uit de vuilbak een paraplu steken. Zo’n Blokkerding. Van een stylish studente die waarschijnlijk al voor de honderdste maal dezelfde fout had gemaakt. De rode baboesjka’s van Blokker weenden omgekeerd in de vuilbak. Wat kijken jullie? Rommel hoort toch in de vuilbak, bitches.

Ik besloot om te investeren in een paraplu. En geen vijf euro deze keer. Het mag me geld gaan kosten. En veel, zodat ik als een echte dame onder een groot scherm door de stad kan dartelen. Zonder groen pak, mijn scherm gebruikend om me populair te maken bij medestudenten die ook naar het station moeten – Oh, wacht ik heb een grote paraplu bij. En dat ding moet er ook echt goed uitzien. Gedaan met baboesjka’s.

I’ve only got one wrinkle and I’m sitting on it.

Het is weer even geleden! Maar je moet het me vergeven. Ik ben terug samen met m’n oude vriendje en we moesten dringend wat meer tijd samen doorbrengen. Ik ben blij dat ik hem weer gevonden heb. Het was wel een beetje wennen in het begin. Onze vorige relatie duurde maar een drietal maanden en daarna zijn we elkaar een beetje uit het oog verloren… Dit was grotendeels de fout van de universiteit en het feit dat ik dagelijks gemiddeld vier uur aan het pendelen was. Maar aangezien we zo goed als gemaakt zijn voor elkaar, moesten we dit terug doen…

Ik heb dus met andere woorden mijn gitaar er weer bijgenomen! 😉 Sorry voor de mensen die ik heb misleid!

Inside every older person is a younger person wondering what happened.

Toen ik vanmorgen op de bus naar huis zat op het eerste stoeltje achter de chauffeur – kon ik echt balen – het stoeltje is zo klein en ik er is heel weinig plaats voor m’n benen. Aangezien ik een meter 80 ben was het niet ideaal! Tot ik naast me keek en meteen de worden ‘blog this’ door mijn hoofd gingen. Ik heb dit wel vaker, dat ik dingen zie waar ik later over wil bloggen… Die dingen schrijf ik dan op, met als gevolg dat ik een lijstje blogitems heb tot in Timboektoe, maar deze kon ik echt niet laten liggen… Maar wat zag ik dan?

Aan de andere kant van het gangpad zat een oud mannetje. Niet zo één waarvan je denkt: ‘Goh, die is al dood, maar hij weet het zelf nog niet. Even de ambulance bellen.’ Hij zat er erg kranig bij, deze man van zo rond de 70. Hij was tamelijk klein en was helemaal in het zwart gekleed. Wat me zo opviel aan hem, was dat je kon zien dat hij nog van het leven genoot. Hij deed me denken aan een kindje. En dan heb je natuurlijk de uitspraak waarbij men zegt dat mensen op een bepaalde leeftijd weer kinds worden – maar dan gaat het eerder over opnieuw pampers dragen, gevoed moeten worden, …

Hij zat op zijn stoeltje en hield zich vast aan de stang voor zich. Het was alsof deze oude kinder-man voor de eerste keer in zijn leven op de bus zat. Hij keek erg blij en verrast om zich heen. Zijn zwarte mutsje had hij tot over zijn oren getrokken. En wat hem nog het meest kinds maakte is, hij droeg een rugzak, op zijn rug, óp de bus! Echt zoals een kind dat de moeite niet neemt om zijn rugzak tussen zijn benen te zetten… En alsof ik het allemaal nog niet schattig genoeg vond, zag ik dat zijn rugzak ook een sleutelhanger had: eentje met een smiley!

Ik werd instant vrolijk en het kon me niks meer schelen dat ik weinig plaats had voor m’n benen of dat de bus me een kwartier had laten wachten… Dit mannetje maakte me echt gelukkig! En oh ja, als hij ooit echt kinds wordt, zal ik hem wel gaan voeden 😉

____

When I sat at the bus this morning I was annoyed because I had to sit right behind the driver. I’m 1m 80 so there was not much place for my legs. But when I was staring around and noticed this one thing, I could only think ‘blog this’. I have this often, that I see thing and that I want to blog about it later. I write those things down and now I have a very long list… What did I see?

There was this little old man next to me. Not one who’s already dead but still alive, but one who’s dashing. He’s not very big and was wearing black clothes. You could really see he was still enjoying life. He remind me of a little kid. And they say when people are getting old, they turn into kids again – you have to feed them and change diapers and stuff – but this was different…

He was holding the bar in front of him and it seems as it was the fist time he was on a bus. He was very happy and looked curiously around. His little bonnet covered his ears. What made him extremely cute and ‘childish’ was that he was wearing a backpack… On the bus… Like a child that doesn’t take time to put it in front of him… I was already totally sold, and at that moment I noticed something else. His backpack had a key ring: One with a smiley!

I was instantly happy and I didn’t mind about the fact that I hadn’t much place or that the bus was quarter of an hour too late… This little man really made my day and he didn’t do anything special… Oh yes, when he grows childish, I will go and feed him 😉

Kortsluiting.

(oorspronkelijk gepost op http://sellmyshoes.skynetblogs.be op 5 mei 2009)

Ik zou mijn laptop elk moment van de dag moeten bijhebben. Serieus, onder de arm of in de bij ons op school immer populaire trolley. Het kan me geen bal schelen maar ik zou hem overal kunnen gebruiken… Niet om te facebooken tijdens de les Natuurwetenschappen die voor de rest wel heel boeiend is maar wel omdat er zoveel gebeurt. Er gebeurt zoveel in een mensenleven. En believe it or not, er gebeurt zoveel in mijn menselijk leven.

Bij elke gebeurtenis krijg ik dan weer een kortsluiting in mijn hersenen die een géwéldige blog zou opleveren. Maar nee, hoor. Ze vond het niet per se nodig om haar laptop in een trolley te steken. Dus het volgende dat gebeuren zou, is dat alles gewoon net als de Noorderzon verdwijnt. Verdwijnen met uitbreiding: niet meer terugkomen.

Maar goed, misschien maar beter dat ik mijn laptop niet altijd bij heb, want zodra ik dit mechanisch eigentijds spul heb opengeklapt, ingeschakeld, bevelen gegeven heb, ontstaat er jammer maar helaas een kortsluiting. Eéntje in m’n hoofd. Een kortsluiting waardoor de enige activiteit van de hersenen kan geplaatst worden onder ‘ademen’. Wanneer ik deze personal computer (je moest ’s weten!) elk moment van elke dag die zich in elke week en elk jaar bevindt, dan zou mijn leven dát elk moment gedaan kunnen zijn. Want dan zou de lucht volgens mij niet meer naar de hersenen gaan. Zou het dan verdampen? Of zou er dan een reactie plaatsvinden dat het iets anders wordt? Gal bijvoorbeeld?

Laat ons stellen dat ik voor zulke chemische, biologische, fysische en welke exotische, onverstaanbare, Chinese wetenschap ook, te simpel ben. Dat is waarschijnlijk te wijten aan kortsluiting.

Ik vind de wereld eigenlijk één grote kortsluiting. Mensen vergeten alles wat je zegt, vergeten alles wat ze zelf zeggen. Ik zwijg.

Dat het de pan uitswingt.

(oorspronkelijk gepost op http://sellmyshoes.skynetblogs.be op 4 mei 2009)

Eén keer op een maand is het weer zo ver. Ik word geconfronteerd met het feit dat ik vrouwelijk ben. Dat ik twee borsten heb en een even groot aantal eierstokken. En, soms neem ik het privilege om het een maand niet te hoeven meemaken. Maar dan krijg je oorlog. Oorlog met de Russen.

Kanonsschoten met hoofdpijn; links, rechts, recht door zee. BANG! Wurgingen in de onderbuik… Gestikt.

En dan, begin ik te roepen, te tieren, te wenen en te lachen. Liefst allemaal binnen diezelfde seconde. Moodswings, da’s de naam van dat verschijnsel. Ik neem me voor om de Russen nooit meer over te slaan en om ze gewoon hun gang te laten gaan, eens per maand.

Het meisje met de oorbel.

(oorspronkelijk gepost op http://sellmyshoes.skynetblogs.be op 29 april 2009)

Hoewel ik gediplomeerd was in het met kinderen omgaan, was ik met haar nogal licht ontvlambaar. ‘Ze’ had een naam, zei m’n vader altijd. Maar ‘ze’ had ook een karakter, ééntje dat ondoordringbaar was, porieloos…

Ze was een professional in het verschijnen en verdwijnen. Verschijnen als ze iets nodig had en even vlug verdwijnen als ze het gekregen had. ‘Ze’ was de jongste, de laatste aan wie ze hun liefde konden geven. Liefde die ik soms, met een schutmuur om me heen met veel geweld afweerde. Liefde, waarvan ik niet eens wist of ik het wel wou…

Bij mij verscheen ze vaak, maar kreeg ze niet altijd de kans om meteen te verdwijnen. Ik zei soms haar meest gehate woord: nee. Bij haar moest het ‘nu en meteen’, bij mij meestal gepland en op voorhand geregeld… Ik barstte weer maar ’s uit m’n voegen. Ik zei nee, maar voor ik het wist werd ik beslopen langs drie kanten. ‘Ze’ had haar favoriete en meest sterke vrienden meegenomen. Haar vrienden konden me vanalles afnemen, dingen ontzeggen. Ze trokken de vloer weg onder mijn voeten. Ik zei het. Ik zei ja.

Ik stond er helemaal niet achter. En dat hebben ze geweten ook. Terwijl ik mezelf verschool in één van mijn favoriete werelden, de wereld van de literatuur, deed ik de oorbel uit m’n oor omdat het duwde in de achterkant van m’n oor. Terwijl ‘ze’ naast mijn bed haar wens in vervulling bracht en me probeerde te sussen met haar nutteloze mededelingen en vragen, liet ik me meeslepen in de wereld.

Enkele uren later stond ik in de bibliotheek. Ik voelde aan m’n linkeroor. Shit, de oorbel. De oorbel was links verdwenen, maar rechts zat ze er nog. De oorbel links lag thuis, woedend te wezen…

Yes, we gave it a try.

(oorspronkelijk gepost op http://sellmyshoes.skynetblogs.be op 20 februari 2009)

Ik word er allemaal zo ontzettend onzeker van. Net wanneer je ’s morgens in tijdsnood beseft dat je je wenkbrauwen dringend moet laten epileren, zeggen mensen uren erna dat je blik hen aanspreekt. Ik zou het dan zó graag als een compliment opvatten, maar iets in mijn hoofd laat het niet toe, waarna het compliment wegsmelt…

Doen mensen zulke acties opzettelijk? Hoe vaak ik dacht dat iets verschrikkelijk was. Mensen geven complimenten, maar ik heb echt het gevoel dat het soms niet meer is dan viseren, persoonlijk raken, ‘om te hebben’…

Ik geef mensen niet vaak complimenten. Waarom weet ik niet, maar ik denk dat het komt doordat ik de angst om de complimenten ken. Of misschien is dat gewoon een dolle insinuatie waar ik alleen last van heb. Zoals ik de enige ben die een bloedneus drie dagen op voorhand kan voelen aankomen. Of zoals ik de enige pink heb die ik twee keer moet strekken voor-ie dan ook echt gestrekt is…

Ik vergéét het ook gewoon, complimenten geven. Het hoéft voor mij ook niet, ik zal zelf wel bepalen wanneer m’n haar goed ligt of wanneer ik ‘het’ goed gedaan heb. Dat heet zelfvertrouwen, maar wordt vaak gezien als arrogantie, terwijl ik iemand ben met een flinke dosis zelfkritiek. Soms een overdosis zelfkritiek… Achteraf probeer ik het vergeten compliment dan goed te maken, met een smsje, een mailtje of een telefoontje. Maar dan komt het vaak gemaakt over, ongemeend, terwijl ik dan alleen probeer te zeggen dat ik het meende op het moment dat ik het niet zei… Dit is volgens mij een teken dat het voor mij niet hoeft, net zoals het niet hoeft om 3 maal een ‘x’ te vermelden na een smsje of een mailtje, da’s veel te elektronisch. Ik weet wie ik bemin en zij weten het, denk ik ook…